
Wat betekent het reductiedoel van 20% voor jouw bedrijf?
Wat betekent het reductiedoel van 20% voor jouw bedrijf?
Veel bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie zijn zich nog onvoldoende bewust van een fundamentele beleidsverandering: drinkwater is geen gegarandeerde voorziening meer. Zeker niet voor bedrijven. Er bestaat geen wettelijk recht op drinkwater en dat heeft verstrekkende gevolgen. Niet alleen voor toekomstige vergunningen, maar ook voor investeringen, groeiambities en leveringszekerheid.
Beleid onder druk: huishoudens vóór bedrijven
De Nederlandse overheid heeft in haar beleidsdoelen vastgelegd dat huishoudens bij drinkwaterschaarste altijd voorrang krijgen boven bedrijven. Dat betekent dat de levering aan bedrijven stopgezet, beperkt of geherprioriteerd mag worden zodra de bronnen onder druk staan. En die druk is al voelbaar:
- In Gelderland, Overijssel en Brabant zijn vergunningen voor grondwateronttrekking tijdelijk stilgelegd of vertraagd.
- Drinkwaterbedrijven zoals Vitens en Brabant Water waarschuwen openlijk dat ze binnen afzienbare tijd geen garanties meer kunnen geven op nieuwe aansluitingen.
- In Limburg en Twente is de capaciteit al jarenlang ontoereikend en worden bedrijven actief ontmoedigd om te groeien op basis van drinkwater.
Voor de voedingsmiddelenindustrie, die sterk afhankelijk is van water voor productie, reiniging, spoeling, transport of koeling, is dit een direct risico op de continuïteit van de productie.
Geen vergunningszekerheid meer
De meeste bedrijven beschouwen een drinkwateraansluiting als vanzelfsprekend. Toch is deze niet wettelijk afdwingbaar. De leveringsplicht van drinkwaterbedrijven geldt primair voor huishoudens. Voor industriële gebruikers is aansluiting slechts mogelijk zolang de infrastructuur en watervoorraden dat toelaten.
In de praktijk betekent dit:
- Nieuwe vestigingen of uitbreidingen kunnen vertraging oplopen.
- Vergunningen voor hoge wateronttrekking kunnen worden afgewezen.
- In periodes van droogte kunnen beperkingen gelden voor industrieel watergebruik.
Het Nationaal Waterprogramma 2022–2027 en de Drinkwaterstrategie 2021–2030 leggen hiervoor het beleidskader vast. Hierin staat expliciet dat bedrijven hun verbruik moeten reduceren en alternatieven moeten zoeken waar mogelijk.
Waarom dit juist voor foodbedrijven urgent is
Foodbedrijven hebben bovengemiddeld veel water nodig per ton eindproduct. Denk aan:
- Reiniging van machines, transportbanden en leidingen
- Verwijderen van productresten en vetten
- Wassen van grondstoffen of halffabricaten
- Koelprocessen en CIP-systemen
Omdat dit watergebruik vaak diep verweven zit in het productieproces, is een plotselinge beperking of onzekerheid over beschikbaarheid een groot risico. Zeker bij certificeringsvereisten zoals BRC of IFS, waar reinigbaarheid en hygiëne cruciaal zijn.
Vooruitkijken: van afhankelijkheid naar veerkracht
De bedrijven die zich het best voorbereiden, zijn diegenen die nu al stappen zetten richting minder afhankelijkheid van drinkwater. Denk aan:
- inzichtelijk maken waar het meeste water wordt gebruikt,
- onderzoeken van alternatieve bronnen (zoals proces- of oppervlaktewater),
- en optimaliseren van reinigingsprocessen.
Technologieën zoals easy-to-clean coatings kunnen hierbij helpen. Door product aanhechting te verminderen en reiniging efficiënter te maken, daalt het waterverbruik zonder dat je hoeft in te boeten op voedselveiligheid.
In de volgende blog lees je welke concrete stappen bedrijven kunnen zetten om de doelstelling van 20% drinkwaterreductie in 2035 te halen en hoe onze technologie daar praktisch bij helpt.
Wil je een afspraak maken?
Wil je meer informatie en weten of dit voor jouw situatie interessant is? Maak dan een vrijblijvende afspraak waarin wij je het e.e.a. kunnen vertellen.
Afspraak inplannen